Brand!

Hoeveel molens zijn niet aan hun eind gekomen door in vlammen op te gaan? Dramatisch! Maar deels ook een logisch gevolg van de gevoeligheid die molens nou eenmaal hebben, met die wieken, die als vingers in de lucht de bliksem aantrekken, en met de geringe beschutting omdat er een platte biotoop omheen moet.

Het moeten toch ook spectaculaire gebeurtenissen geweest zijn. Een loeiende sirene of alarmbel, die niet alleen de brandweerlui maar het hele volk attendeerde op een schouwspel. En dus ging iedereen achter de brandweer aan. Tussen al die toeschouwers zullen ook schilders gezeten hebben, op zoek naar inspiratie met mooie lichteffecten.

Het is nog echt niet makkelijk om een geschilderde prent te maken van een brandende molen. Het onderwerp blijft echt niet stil staan, en je kunt later niet nog even terug of je product wel lijkt op het origineel.  Toch zijn er aardig wat schilders die zich eraan gewaagd hebben. Er zijn er zelfs die zich op brand gespecialiseerd hebben, en dat is met name Egbert van de Poel (Delft 1621-Rotterdam 1662), die kreeg dan ook als bijnaam ‘de brandschilder’..

Egbert van der Poel (1621-1664), Brandende molen bij nacht (prive bezit)

Er is wel iets te zeggen over deze brand en haar oorzaak. De richting van de vlammen laat zien dat het wiekenkruis van de wind af gedraaid staat. De vlammen ondertussen ontstaan zo te zien midden in de kap, daar waar de vang is. Diagnose: het kruis werd achteruit door de vang geblazen, en dan kan het heet worden. Daar heeft de schilder, in de korte tijd dat hij de brand kon aanschouwen, toch wel een geloofwaardig patroon weten te herkennen en weer te geven.

Overigens waren al die mensen die op het schilderij worden weergegeven niet zomaar toeschouwers. Ze waren allemaal nodig om de ramp te beperken. Water pompen, emmers sjouwen, de bebouwing in de buurt, voor het merendeel rietgedekt, bewaken en nathouden. Je ziet dan ook veel figuurtjes op de omringende daken zitten.

Zijn inspiratie voor het schilderen van rampen deed van der Poel wellicht op in zijn jongere jaren: hij woonde in Delft nabij de kruitopslag, die in 1652 de lucht invloog, een gebeurtenis die bekend staat als de Delftse Donderslag. Volgens de overlevering was de klap tot op Texel te horen. Er waren honderden slachtoffers, waaronder collega kunstschilder Carel Fabritius, en waarschijnlijk ook een van Egberts eigen kinderen.

Vanaf dat moment schilderde van der Poel met overgave allerlei rampen, kleinere zoals huizen, kerken en molens, maar ook grote, zoals natuurlijk de Delftse Donderslag, maar bij voorbeeld ook het dorp De Rijp in Noord Holland, dat in 1654 volledig door brand in de as werd gelegd. 

Egbert van der Poel: de brand van 1654 in de Rijp; 1662 (Museum In’t Houten Huis, de Rijp)

 De ramp van De Rijp is meerdere keren in beeld vastgelegd, onder andere door Salomon Saverij, die er een ets van maakte waarin veel te herkennen is aan de molens in de omgeving van het dorp. Ook zijn de overeenkomsten met het schilderij van van der Poel treffend. De weergave van beide werken lijkt dus redelijk natuurgetrouw.

Salomon de Saverij: de brand van 1654 in de Rijp; 1657 (Coll. Atlas van Stolk, Rotterdam)

 Op de voorgrond staan waarschijnlijk de poldermolens van de droogmakerij de Beemster. Linksvoor een driegang, dat zouden goed de Rijper ondermolen, (6328) kunnen zijn, gevolgd door de 2e en bovenmolen (6326). Rechts staan dan ‘de Valk’ en de –brandende – ‘Hennipmolen’ (6833). Van de Hennipmolen is inderdaad bekend dat hij in 1654 is verbrand. Ook een van de bovenmolens van de Beemsterpolder staat op beide prenten in lichtelaaie. Welke zou dat kunnen zijn?

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *